^
Sander Meij, winnaar Meander's poëziewedstrijd 2005

Een gedicht van mezelf zou ik graag terugzien op de achterkant van een pak gestampte muisjes. Nee, eerlijk gezegd is mijn enige wens met betrekking tot het terugzien van m'n eigen werk natuurlijk een bundel, die dan in de etalage van een of andere boekhandel ligt, met een bordje erbij waarop staat te lezen: 'koopt dit allen en uw leven zal nooit meer hetzelfde zijn.' Beetje narcistisch natuurlijk. Maar dat zal wel voor iedereen gelden. Je hebt mensen die het liefst hun eigen tekst op hun grafsteen willen hebben later, maar dan heb je er volgens mij geen zak meer aan, want je ligt dan toch onder de groene zoden en probeer daar dan nog maar es onder uit te komen.


Ik ben niet begonnen met dichten uit roeping, eerder uit ergernis. Al hield ik me wel al jaren bezig met poëzie. Dan kom je wel es bij zo'n poëzie-avond ergens en dan is de kwaliteit vaak zo, laten we zeggen, wisselend, dat je denkt: 'verrek, dat zou ik volgens mij heel anders doen.' En dan begin je er van weersomstuit lol in te krijgen. Ik heb de afgelopen tijd dan ook erg veel opgetreden, van Festina Lente in Amsterdam tot het cafestival in Utrecht en ga zo maar door. Over het algemeen was het zeer aangenaam. Een goeie vriend van mij, Bernard Wesseling, heeft me eigenlijk het laatste zetje gegeven. Hij is dan ook de allerbeste dichter allertijden (vindt ie zelf trouwens ook geloof ik). Meander moet zeker zijn gedichten plaatsen, hij is echt vernieuwend bezig, maar dan moet ie ze zelf ook maar es een keer opsturen.


Naast Bernard vind ik de poëzie van uiteenlopende types als Gust Gils, Remco Campert, Ilja Pfeijffer, en sommige van Rene Stoute en J. Hamelink goed. En die laatste bundel van Zwagerman...ja. En dan vergeet ik er vast nog een paar. Slecht is het als dichters met zes regels achter elkaar hetzelfde zeggen met andere woorden, of als ze een perfect hermetisch geheel afleveren waar weliswaar vakmanschap, maar geen ziel insteekt. Het is lastig vernieuwend te zijn, al is taal natuurlijk wel een uitgelezen instrument om te vernieuwen.

Ik zou geen muziek willen aanraden bij het lezen van mijn dingen. Ook al ben ik zelf een groot muziekliefhebber. Van de filmmuziek van The Godfather tot Led Zeppelin. Maar dat leidt tijdens het lezen van poëzie alleen maar af. Tenminste, zo ervaar ik het zelf. Ik ken wel die cd waarop dichters voordragen met een muzikale omlijsting, Zingo. Een beetje vervreemdend, maar zeker geslaagd en vernieuwend, omdat daarop de muziek en de poëzie een symbiose proberen aan te gaan. Maar Rimbaud lezen met Rammstein op de achtergrond, nee. Naderhand kan je dan altijd nog een liedje opzetten dat bij het gevoel past waarmee zo'n gedicht je dan achterlaat. Dat kan dus vanalles zijn, want ik dicht over de meest uiteenlopende onderwerpen.

Mensen reageren meestal wel met interesse als je zegt dat je zelf met poëzie bezig bent. Het interesseert je nou eenmaal of niet. Ik heb vrienden die het echt aan hun reet zal roesten, en vrienden die alles willen lezen, dus het fluctueert nogal. Ook ken ik mensen die menen dat je eerst een mensenleven alle wereldliteratuur moet hebben gespeld om je daadwerkelijk zèlf met het ambacht dat poëzie is bezig te houden. Ik heb nog nooit gehoord: 'wat ben jij een loser', omdat ik me met gedichten bezig hou.

Ten gevolge van een ongelukkige liefde schreef ik aan het begin nog een fiks aantal verzen, waarvan ik het merendeel nu niet goed meer vind, maar ach, dat hangt dan ook van de omstandigheden af. Er zitten nog wel wat vileine regeltjes tussen trouwens.

Het stomste wat ik ooit heb gedaan is bungeejumpen, want ik heb enorme hoogtevrees. Wie gaat er in zo'n geval dan ook bungeejumpen? Ik durfde dus niet en toen werd ik zo uit dat bakje gekieperd. Ik heb toen zo hard geschreeuwd dat mensen van terrasjes in de omgeving verschrikt kwamen aanrennen. Aders in m'n ogen geknapt, je kent dat wel. Verschrikkelijk.

Postmodernisme tenslotte is fantastisch. Ik ben niet iemand die van strenge scheidslijnen houd, misschien dat daarom postmodernisme (in de literatuur dan) me zo aanspreekt. Het is een ontzettend weids begrip, dat houdt het ook levend. Het is onmogelijk om er een vastomlijnde definitie van te geven, het gaat veel verder dan pastiches en vervagende scheidslijnen. Hoe men omgaat met het begrip realiteit bijvoorbeeld, dat is heel verhelderend en tegelijk vertroebelend. Heel postmodernistisch dus...




Geen stilleven

naast Calimero met de tong van een bitch
die haar keel schraal schraapt met schuurpapier
en trouwens mijn vriendin is
lachen maten laveloos
om wat ze noemen mijn propkop etc.

de rust is soms ver te zoeken hier

en als ik viltjes hap dus
lillend per tong een bar afga
-alles moet altijd maar in beweging blijven-
dan komt zoals in heldere nachtmerries
de kennis van de bn’er binnen
je ziet hem denken:

'geef me de tieten om mee te doen
in plaats van dit roze rukcolbert helaas
draag ik sluipende ziektes met me mee'

als ze rustig is gelooft ze in ET
toont me haar kleine meisjesact
waar ik steevast intrap intrap
ik doe niets liever dan
me laten belazeren




Warmwatermuziek

Vandaag laat hij z'n baard staan en
met een fles aangelengde scotch
voluit laatlopen volgens schema
behandelt hij de chichiwijven als wijven-

de lippen broos als snijkoek
(vanalles plakt er tussen:
overdatum bockworst levergrijze blauwdruk)

is het zaterdag beatnickdag dus net
vroeg hij ze bij Stubbes haringkar de weg
naar Sunsetboulevard hoek The Strip
want hij wist daar wrestelde Jerry arm met Charlie

-

poogde nog een Hummer te liften
maar de stad stond stomweg vast

mazzelen dat de bitterballen bij Betty
smaakten als net uit het vet gevist

de man te arm voor z'n belastingschuld
verslikt zich in z’n rolletje Rang
gaat hij dood
herkent hij ons nog
Weet hij wie hij zelf is?




overgave

haar versleten tederheid maakte opa minder mans
wat als liefde
eindigde met in kwijl gedrenkte glazigheid

Moortje,waar is Moortje?

ze huilt hij pakt haar hand ze trekt hem terug
al te ver weg om nog beroerd te worden

de tijd heelt en rijt dan ongenadig nieuwe wonden open

tussen Hindenburg en Grebbeberg
mocht hij haar dan eindelijk zoenen
en zelfs dat wat uniek is vergaat op den duur

aangetast door een vreemde macht
slaat ze zijn handen van zich af
huilen beiden in hun kussens

hun werelden weken steeds verder uiteen
ze vroeg om haar moeder
tot ze alleen nog maar in de diepte kon staren
en hij haar mondhoeken depte

zijn kruiswoordpuzzels bleven
tot de laatste snik weerklonk
aan de rand van de kuil zou ze wachten