Een gedicht van mezelf zou ik graag terugzien op de achterkant van
een pak gestampte muisjes. Nee, eerlijk gezegd is mijn enige wens met
betrekking tot het terugzien van m'n eigen werk natuurlijk een bundel,
die dan in de etalage van een of andere boekhandel ligt, met een bordje
erbij waarop staat te lezen: 'koopt dit allen en uw leven zal nooit
meer hetzelfde zijn.' Beetje narcistisch natuurlijk. Maar dat zal wel
voor iedereen gelden. Je hebt mensen die het liefst hun eigen tekst
op hun grafsteen willen hebben later, maar dan heb je er volgens mij
geen zak meer aan, want je ligt dan toch onder de groene zoden en probeer
daar dan nog maar es onder uit te komen.
Ik ben niet begonnen met
dichten uit roeping, eerder uit ergernis. Al hield ik me wel al jaren
bezig met poëzie. Dan kom je wel es bij zo'n poëzie-avond
ergens en dan is de kwaliteit vaak zo, laten we zeggen, wisselend,
dat je denkt: 'verrek, dat zou ik volgens mij heel anders doen.'
En
dan begin je er van weersomstuit lol in te krijgen. Ik heb de afgelopen
tijd dan ook erg veel opgetreden, van Festina Lente in Amsterdam tot
het cafestival in Utrecht en ga zo maar door. Over het algemeen was
het zeer aangenaam. Een goeie vriend van mij, Bernard Wesseling, heeft
me eigenlijk het laatste zetje gegeven. Hij is dan ook de allerbeste
dichter allertijden (vindt ie zelf trouwens ook geloof ik). Meander
moet zeker zijn gedichten plaatsen, hij is echt vernieuwend bezig,
maar dan moet ie ze zelf ook maar es een keer opsturen.
Naast Bernard
vind ik de poëzie van uiteenlopende types als Gust Gils, Remco
Campert, Ilja Pfeijffer, en sommige van Rene Stoute en J. Hamelink
goed. En die laatste bundel van Zwagerman...ja. En dan vergeet ik er
vast nog een paar. Slecht is het als dichters met zes regels achter
elkaar hetzelfde zeggen met andere woorden, of als ze een perfect hermetisch
geheel afleveren waar weliswaar vakmanschap, maar geen ziel insteekt.
Het is lastig vernieuwend te zijn, al is taal natuurlijk wel een uitgelezen
instrument om te vernieuwen.
Ik zou geen muziek willen aanraden
bij het lezen van mijn dingen. Ook al ben ik zelf een groot muziekliefhebber.
Van de filmmuziek van The Godfather tot Led Zeppelin. Maar dat leidt
tijdens het lezen van poëzie alleen maar af. Tenminste, zo ervaar
ik het zelf. Ik ken wel die cd waarop dichters voordragen met een muzikale
omlijsting, Zingo. Een beetje vervreemdend, maar zeker geslaagd en
vernieuwend, omdat daarop de muziek en de poëzie een symbiose
proberen aan te gaan. Maar Rimbaud lezen met Rammstein op de achtergrond,
nee. Naderhand kan je dan altijd nog een liedje opzetten dat bij het
gevoel past waarmee zo'n gedicht je dan achterlaat. Dat kan dus vanalles
zijn, want ik dicht over de meest uiteenlopende onderwerpen.
Mensen
reageren meestal wel met interesse als je zegt dat je zelf met poëzie
bezig bent. Het interesseert je nou eenmaal of niet. Ik heb vrienden
die het echt aan hun reet zal roesten, en vrienden die alles willen
lezen, dus het fluctueert nogal. Ook ken ik mensen die menen dat je
eerst een mensenleven alle wereldliteratuur moet hebben gespeld om
je daadwerkelijk zèlf met het ambacht dat poëzie is bezig
te houden. Ik heb nog nooit gehoord: 'wat ben jij een loser', omdat
ik me met gedichten bezig hou.
Ten gevolge van een ongelukkige
liefde schreef ik aan het begin nog een fiks aantal verzen, waarvan
ik het merendeel nu niet goed meer vind, maar ach, dat hangt dan ook
van de omstandigheden af. Er zitten nog wel wat vileine regeltjes tussen
trouwens.
Het stomste wat ik ooit heb gedaan is bungeejumpen,
want ik heb enorme hoogtevrees. Wie gaat er in zo'n geval dan ook bungeejumpen?
Ik durfde dus niet en toen werd ik zo uit dat bakje gekieperd. Ik heb
toen zo hard geschreeuwd dat mensen van terrasjes in de omgeving verschrikt
kwamen aanrennen. Aders in m'n ogen geknapt, je kent dat wel. Verschrikkelijk.
Postmodernisme tenslotte is fantastisch. Ik ben niet iemand die
van strenge scheidslijnen houd, misschien dat daarom postmodernisme
(in de literatuur dan) me zo aanspreekt. Het is een ontzettend weids
begrip, dat houdt het ook levend. Het is onmogelijk om er een vastomlijnde
definitie van te geven, het gaat veel verder dan pastiches en vervagende
scheidslijnen. Hoe men omgaat met het begrip realiteit bijvoorbeeld,
dat is heel verhelderend en tegelijk vertroebelend. Heel postmodernistisch
dus...