A l l e s b e h a l v e   d e    l i e f d e
poëziewedstrijd voor jongeren van 16 t/m 29 jaar
2e ronde


Deelnemers aan de tweede ronde:
MIR - Femke Vindevogel - jago - jerry - Lindsay Van den Abbeele - Tsjarlie Tsjapling - Pim te Bokkel - Lucas Laherto Hirsch - Hash - Lux - Ismene - Myrte Mooi - X Roelens - David Troch - Jill Bertels - Daryl Eaves - Robert Nouwen - Charles Achterhuijzen

 vorige deelnemer volgende


Robert Nouwen
(1984)


Robert Nouwen leest een gedicht voor


Robert Nouwen


Monoloog A

Je mag mijn tanden van de straat oprapen,
de vuile witte stukjes muil, wees snel,
het stof beloert ze al... je weet toch wel
waarom, waarom... waarom... ik moet gaan.. slapen?

Och kind, zo klein... het is het levensspel...
Ik deed mijn nagels van de vingers schrapen,
het gitzwart bord mijn tonen laten braken
mmm pijn... mezelf verlossen van het vel...

Och kind, verdwijn nu niet! mijn kleine baken...
de waarheid tikt en breekt wanneer ze wil,
terwijl ik barst, verliezen went... ik zal het staken.

Ironisch, redding wenkt en ik... ik tril
en wauwel over afgedane zaken.
Genoeg! Het luiden klinkt en ik verschil


 


Monoloog B

Toch vraag ik nu het spijt me uit de wolken
zakt het kruis of zie je niet en moet
ik spiegels blijven zoeken om de vloed
te breken kom behoed de klokken kolken

gelaten wil ik ons plafond bevolken
met zuster maan en cherubijnenstoet
de zon haar grijns verdrijven dien ik bloed
ik stoffen dwaas die herders wil vertolken

de mens is gras en leeft als herbivoor
dus zul je jagen in je tuinen maaien
tot de ochtend vraagt en ik bij jou behoor?
[of]
verbeeld ik naar de lucht te moeten graaien
om spook te zijn terwijl de slang al door
de buiken sluipt om ogen te verdraaien


 


Herfst

De kerkstraat is getooid met bonte pruiken,
de blaadjes rijp begrijpen opgebloeid
de herfst; het deinen nu ontgroeid, ontvloeit
bij hen de drang de vrijheid in te duiken

Ofschoon ze nog wat twijfeling gebruiken
(omdat vertakking met hun moeder stoeit
met het verlangen dat crescendo groeit)
zal snel verlossing in hun steel ontluiken

Een pionier doorzeilt de tijd, ik kniel
voor hem, versla de wind en streel de nerven
stuk en zink zoals hij naar beneden viel

Zo scheuren wij elkaar, verborgen kerven
vinden grond; het lichaam voegt zich bij de ziel
die langer wachtte op dit kleurrijk sterven



 
 vorige deelnemer volgende