|
A l l e s b e h a l v e d e l i e f d e
poëziewedstrijd voor jongeren van 16 t/m 29 jaar
2e ronde |
||
|
Deelnemers aan de tweede ronde:
MIR -
Femke Vindevogel -
jago -
jerry -
Lindsay Van den Abbeele -
Tsjarlie Tsjapling -
Pim te Bokkel -
Lucas Laherto Hirsch -
Hash -
Lux -
Ismene -
Myrte Mooi -
X Roelens -
David Troch -
Jill Bertels -
Daryl Eaves -
Robert Nouwen -
Charles Achterhuijzen
|
Robert Nouwen
|
Monoloog A Je mag mijn tanden van de straat oprapen, de vuile witte stukjes muil, wees snel, het stof beloert ze al... je weet toch wel waarom, waarom... waarom... ik moet gaan.. slapen? Och kind, zo klein... het is het levensspel... Ik deed mijn nagels van de vingers schrapen, het gitzwart bord mijn tonen laten braken mmm pijn... mezelf verlossen van het vel... Och kind, verdwijn nu niet! mijn kleine baken... de waarheid tikt en breekt wanneer ze wil, terwijl ik barst, verliezen went... ik zal het staken. Ironisch, redding wenkt en ik... ik tril en wauwel over afgedane zaken. Genoeg! Het luiden klinkt en ik verschil Monoloog B Toch vraag ik nu het spijt me uit de wolken zakt het kruis of zie je niet en moet ik spiegels blijven zoeken om de vloed te breken kom behoed de klokken kolken gelaten wil ik ons plafond bevolken met zuster maan en cherubijnenstoet de zon haar grijns verdrijven dien ik bloed ik stoffen dwaas die herders wil vertolken de mens is gras en leeft als herbivoor dus zul je jagen in je tuinen maaien tot de ochtend vraagt en ik bij jou behoor? [of] verbeeld ik naar de lucht te moeten graaien om spook te zijn terwijl de slang al door de buiken sluipt om ogen te verdraaien Herfst De kerkstraat is getooid met bonte pruiken, de blaadjes rijp begrijpen opgebloeid de herfst; het deinen nu ontgroeid, ontvloeit bij hen de drang de vrijheid in te duiken Ofschoon ze nog wat twijfeling gebruiken (omdat vertakking met hun moeder stoeit met het verlangen dat crescendo groeit) zal snel verlossing in hun steel ontluiken Een pionier doorzeilt de tijd, ik kniel voor hem, versla de wind en streel de nerven stuk en zink zoals hij naar beneden viel Zo scheuren wij elkaar, verborgen kerven vinden grond; het lichaam voegt zich bij de ziel die langer wachtte op dit kleurrijk sterven |