A l l e s b e h a l v e   d e    l i e f d e
poëziewedstrijd voor jongeren van 16 t/m 29 jaar
2e ronde


Deelnemers aan de tweede ronde:
MIR - Femke Vindevogel - jago - jerry - Lindsay Van den Abbeele - Tsjarlie Tsjapling - Pim te Bokkel - Lucas Laherto Hirsch - Hash - Lux - Ismene - Myrte Mooi - X Roelens - David Troch - Jill Bertels - Daryl Eaves - Robert Nouwen - Charles Achterhuijzen

 vorige deelnemer volgende


David Troch
(1977)


David Troch leest een gedicht voor


David Troch


ornament

je vult alle kamers met leegte. merkwaardig hoe je
moeiteloos muren op me af laat komen en me krom-
gebogen in elke hoek van het huis drijft. nauwelijks
vlucht jouw laatste adem de schoorsteen uit of je
kleineert mij al tot de grootte van de tuinkabouters

in de bloementuin van de buren. bij het zien van de
eeuwige glimlach van het plastieken geluk, wist je
steeds van die schattige kuiltjes in je wangen te
graven. voor zoveel potsierlijkheid koesterde je
een vreemdsoortige sympathie. we gekscheerden

graag: zo één met een kruiwagen... we wisten dat er
niet meer moest zijn dan de fontein in de rotstuin,
het grindpad, het net gemaaide gras. ik mis je lippen
die nippen van een glas witte wijn op het terras. soms
wil ik een kabouter kopen ter verfraaiing van je graf.


 


straatsteenstaren

staar het bloed van de straatstenen. vergeet wie
hier tot de laatste adem heeft liggen stuiptrekken
en wek haar weer tot leven. doe de dood de das om
door hem met krachttermen te nekken. weiger je hoofd
te buigen. gun de genadeloze de genadeslag niet.

wie heeft haar met bedrieglijke beloftes naar zich
gelokt? wat was het heerlijk om haar kortgerokt op en
af de trap te zien paraderen, waar had ze ook alweer
haar huissleutel gelaten? wanneer ze zich aan zo'n
vertederend tafereel waagde… waarom zij, niet ik?


noem het onrecht onterecht en zucht de zon tot tranen.
ijsbeer cirkels zolang zij zichzelf niet uit de
stoeprand tot dartel standbeeld klimt. verlang van
elke voorbijganger een verklaring, een aalmoes voor het
hart. overweeg weg te gaan, doorgaan is geen blijven.


 


duaal

haar naaldhakken tiktakken het zebrapad in wit
en asfalt. ze lijmt niet, ze haalt uiteen en leeft
moedwillig ladders in haar nylonkousen. de schots
geruite minirok moet haar rebelse inborst symboliseren,
ze heeft een hart voor vluchtelingen die weg willen
van triviale heiligheid: huisje, beestje, baby'tje.

alles behalve de liefde heet ze warm welkom in
neonverlichte nachten, ze bedenkt zichzelf met
pseudoniemen die de namaakpassie vergemakkelijken.
haar vrees is niet vlees aan vlees, huid op huid,
gespeelde genegenheid, ze huivert van haar verlangen
naar een negen tot vijf routinebaantje.

in gedachten schippert ze over gevaren die haar
gave tot overgave kunnen kelderen, ze neuriet
daarbij binnensmonds een zeemansmelodie. eens haar
lied uit is, lurkt ze nonchalant van haar sigaret.
de wandelende man op het verkeerslicht verandert
in het rood van haar lingerie.



 
 vorige deelnemer volgende