|
A l l e s b e h a l v e d e l i e f d e
poëziewedstrijd voor jongeren van 16 t/m 29 jaar
2e ronde |
||
|
Deelnemers aan de tweede ronde:
MIR -
Femke Vindevogel -
jago -
jerry -
Lindsay Van den Abbeele -
Tsjarlie Tsjapling -
Pim te Bokkel -
Lucas Laherto Hirsch -
Hash -
Lux -
Ismene -
Myrte Mooi -
X Roelens -
David Troch -
Jill Bertels -
Daryl Eaves -
Robert Nouwen -
Charles Achterhuijzen
|
David Troch
|
ornament je vult alle kamers met leegte. merkwaardig hoe je moeiteloos muren op me af laat komen en me krom- gebogen in elke hoek van het huis drijft. nauwelijks vlucht jouw laatste adem de schoorsteen uit of je kleineert mij al tot de grootte van de tuinkabouters in de bloementuin van de buren. bij het zien van de eeuwige glimlach van het plastieken geluk, wist je steeds van die schattige kuiltjes in je wangen te graven. voor zoveel potsierlijkheid koesterde je een vreemdsoortige sympathie. we gekscheerden graag: zo één met een kruiwagen... we wisten dat er niet meer moest zijn dan de fontein in de rotstuin, het grindpad, het net gemaaide gras. ik mis je lippen die nippen van een glas witte wijn op het terras. soms wil ik een kabouter kopen ter verfraaiing van je graf. straatsteenstaren staar het bloed van de straatstenen. vergeet wie hier tot de laatste adem heeft liggen stuiptrekken en wek haar weer tot leven. doe de dood de das om door hem met krachttermen te nekken. weiger je hoofd te buigen. gun de genadeloze de genadeslag niet. wie heeft haar met bedrieglijke beloftes naar zich gelokt? wat was het heerlijk om haar kortgerokt op en af de trap te zien paraderen, waar had ze ook alweer haar huissleutel gelaten? wanneer ze zich aan zo'n vertederend tafereel waagde… waarom zij, niet ik? noem het onrecht onterecht en zucht de zon tot tranen. ijsbeer cirkels zolang zij zichzelf niet uit de stoeprand tot dartel standbeeld klimt. verlang van elke voorbijganger een verklaring, een aalmoes voor het hart. overweeg weg te gaan, doorgaan is geen blijven. duaal haar naaldhakken tiktakken het zebrapad in wit en asfalt. ze lijmt niet, ze haalt uiteen en leeft moedwillig ladders in haar nylonkousen. de schots geruite minirok moet haar rebelse inborst symboliseren, ze heeft een hart voor vluchtelingen die weg willen van triviale heiligheid: huisje, beestje, baby'tje. alles behalve de liefde heet ze warm welkom in neonverlichte nachten, ze bedenkt zichzelf met pseudoniemen die de namaakpassie vergemakkelijken. haar vrees is niet vlees aan vlees, huid op huid, gespeelde genegenheid, ze huivert van haar verlangen naar een negen tot vijf routinebaantje. in gedachten schippert ze over gevaren die haar gave tot overgave kunnen kelderen, ze neuriet daarbij binnensmonds een zeemansmelodie. eens haar lied uit is, lurkt ze nonchalant van haar sigaret. de wandelende man op het verkeerslicht verandert in het rood van haar lingerie. |