A l l e s b e h a l v e   d e    l i e f d e
poëziewedstrijd voor jongeren van 16 t/m 29 jaar
2e ronde


Deelnemers aan de tweede ronde:
MIR - Femke Vindevogel - jago - jerry - Lindsay Van den Abbeele - Tsjarlie Tsjapling - Pim te Bokkel - Lucas Laherto Hirsch - Hash - Lux - Ismene - Myrte Mooi - X Roelens - David Troch - Jill Bertels - Daryl Eaves - Robert Nouwen - Charles Achterhuijzen

 vorige deelnemer volgende


Lucas Laherto Hirsch
(1975)


Lucas Laherto Hirsch


spreekstof

(voor Mohs Volke)

ik hoor een schuurmachine
want het is voorjaar

de kat wordt kaler
en ik lig op de bank als

we over Hans Andreus praten
(zijn enigma's en het woord dat wij
nog moeten breken

in ons laten zakken
verteren zelfs)

kijk ik naar de eetlust in je handen
je hoofd en onze vriendschap
naar de minuscule haartjes op mijn trui

in de straat passeert een spakentikkende fietser

een zomaar helmloze brommerjongen
viert zijn eigen lente
hij wappert met een reden

het schuurpapier is op
vandaag zijn wij de sfinx


 


strepen aan de hemel

diepe oceaan
de kerstman heeft een lok van zijn baard verloren

getrokken door een chromen stip
drijft het nu door blauwgeschoren lucht

roer mij
ik ben de bodem

als ik dan van daar
naar nog eens daar
in nekstand naar de hemel tuur

kom

schenk mij verbeelding uit zuurstof en
laat de glimmervis meer watten kuchen

het mismaakte vliegtuig
trekt zijn strepen door mijn zicht

ik condenseer


 


het weerzien van een oude vriend

het aangewezen kind zijn
als je thuis aan de keukentafel zit
naast de kaars staart en denkt dat
de schaduw het ongeduld lijkt te groeien
dan de opening na het bonsmoment
de deur verandert in een broederlijk dier
met de ervaring van het armen heffen

de eerste fase van het weerzien is
de kuis en weelderig geslagen vreemdeling begroeten

vervolgens is er aandacht voor het minieme geluid
dat de longen uiten
het knikken van de hals en
het tot stilstand laten komen van de afwijzende hand

de kans bestaat dat er naast de bevestigende woorden ook
een nee uit verbazing wordt gesproken
dit heet ook wel het-even-niet-weten-wat te zeggen

dan is er het willen grijnzen
een herkennen wat je in je geheugen zag en
hoe je dacht dat het was
tussen een dag en een tijd geleden

de vingers strekken zich dan
als verlengstuk van jouw vrolijk brein
de vergeten schouder wordt opgestoft met je groetorgaan en
het tot zitten manen in een meervoudige vriendelijkheid
vindt zijn oorsprong in gewoonte

tegelijkertijd is er een handgemeen gaande tussen
schuifbewegingen en zitverlangens

de stoelen zijn het lijdend voorwerp

de handelingen van je broeder imiteren
is een mogelijkheid als je
op de hoogte van zijn ogen wilt blijven hangen en
de eerste vragen door je mond wilt laten hinkelen

goed lijkt er altijd wel iets mee te maken te hebben
dat hoor je vaak aan de zin
de wederzin kent ook deze ervaring
maar is dan vaak met jou verbonden

nu groeit de vriendschap bijna tot de volzin
die het kennen omvat en de historie herhaalt

bij het weerzien van een vriend
tracht je van het heden naar het verleden te spreken
naar gelang de stand van de zon afneemt
of toe natuurlijk

dat heeft weer met de tijd te maken
die verstrekt in het tempo van de sfeer
van het samenzijn
en ook de hechtheid tussen vrienden en
de toestand van de zin

na een tijdelijk zijn komt er altijd het moment dat
de deur het valse gat gaat produceren
dat blijkt uit het veelzijdige gaan-snel-zien-zeggen en
de droevigheid van stemmen en
een vrolijkheid in instemmen

de rug wordt gekeerd op het verlaatmoment en
de gang zet het volgende weerzien in werking

naast zijn dagelijkse routine van een open en een dicht gaan
wacht de deur daarna in neutrale stand
op de terugkomst van herinneringen
een oude blijdschap en
het fijntjes handen schudden

hij verlaat graag zijn post
voor het weerzien van een oude vriend



 
 vorige deelnemer volgende